ECLI:NL:HR:2012:BX0909
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beperking cassatiemogelijkheid tegen toepassing Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
Belanghebbende ontving een werkloosheidsuitkering op basis van een vastgesteld dagloon. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en Centrale Raad werd het dagloon verhoogd, maar de Centrale Raad oordeelde dat overwerkvergoeding niet tot het dagloon kon worden gerekend omdat niet was aangetoond dat deze niet inbaar was.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak, stellende dat de Centrale Raad artikel 2, lid 4, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen onjuist had toegepast. De Hoge Raad overwoog echter dat het cassatieberoep slechts openstaat voor schending van regels omtrent het begrip verzekerde en het loonbegrip in artikel 14, lid 1, WW.
Omdat het geschil betrekking had op een afwijking van het loonbegrip in het Besluit en niet op de in artikel 129d, lid 1, WW genoemde bepalingen, kon het cassatieberoep niet slagen. Ook de klacht over de behandeling van het nadere besluit van het UWV werd afgewezen.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard wegens beperkte cassatiebevoegdheid.