ECLI:NL:HR:2012:BX0358

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/05220
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging dat onderhuurder geen huurovereenkomst met eigenaar terrein kan aangaan

In deze zaak stond centraal of een onderhuurder een huurovereenkomst kan aangaan met de eigenaar van het terrein waarop het gehuurde is gelegen. Eiser, handelend onder de naam [A], stelde dat hij als onderhuurder een overeenkomst met Natuurmonumenten, de eigenaar van het terrein, was aangegaan. De rechtbank en het gerechtshof hadden dit betwist en oordeelden dat een dergelijke overeenkomst niet tot stand was gekomen.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat de eerdere uitspraken van de kantonrechter bevestigde. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en concludeert dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt eiser in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee wordt bevestigd dat een onderhuurder niet zelfstandig een huurovereenkomst met de eigenaar van het terrein kan aangaan, en blijft de eerdere rechtspraak in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere rechtspraak bevestigd dat een onderhuurder geen huurovereenkomst met de eigenaar van het terrein kan aangaan.

Uitspraak

28 september 2012
Eerste Kamer
11/05220
DV/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser], handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats], België,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
VERENIGING TOT BEHOUD VAN NATUURMONUMENTEN IN NEDERLAND,
gevestigd te 's-Graveland, gemeente Wijdemeren,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Natuurmonumenten.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 301649 CV EXPL 08-3160 van de kantonrechter te Maastricht van 10 september 2008 en 21 januari 2009;
b. het arrest in de zaak HD 200.029.267 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 juli 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Natuurmonumenten heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Natuurmonumenten begroot op € 781,34, aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 28 september 2012.