ECLI:NL:HR:2012:BW9965
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in ontnemingszaak wederrechtelijk verkregen voordeel
Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 oktober 2010, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest en een nieuwe beslissing op basis van art. 440 Sv Pro. De Hoge Raad oordeelde echter dat het middel niet tot cassatie kon leiden, mede omdat het niet klaagde over het ontbreken van een concrete schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
De Hoge Raad vond geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging en verwierp het beroep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 3 juli 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.