ECLI:NL:HR:2012:BW9234

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02850
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • W.D.H. Asser
  • C.E. Drion
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6:162 BWArt. 6:203 BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt onrechtmatig handelen door weigering teruglevering varkensrechten

In deze zaak stond de vraag centraal of het weigeren van teruglevering van varkensrechten onrechtmatig handelen opleverde en of dit kon worden aangemerkt als onverschuldigde betaling. De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Zwolle-Lelystad, waarna het gerechtshof Arnhem het vonnis bevestigde.

De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarin hij stelde dat het hof onjuiste rechtsregels had toegepast. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep echter verworpen, omdat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraken dat de weigering tot teruglevering van varkensrechten onrechtmatig is en kwalificeert dit als een onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:203 BW Pro in samenhang met artikel 6:162 BW Pro. Tevens werd de eiser veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Het arrest werd vastgesteld op 30 augustus 2012 en op 14 september 2012 in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem wordt bekrachtigd.

Uitspraak

14 september 2012
Eerste Kamer
11/02850
DV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. R.T. Wiegerink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 152772/HA ZA 09-7 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 16 december 2009;
b. het arrest in de zaak 200.066.469/01 van het gerechtshof te Arnhem van 1 februari 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 27 juni 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 1.840,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is vastgesteld op 30 augustus 2012 en gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 14 september 2012.