ECLI:NL:HR:2012:BW4102
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanmerkelijk belang bij aandelen gehouden door vereniging in belastingzaak
Belanghebbende, een B.V. waarvan alle aandelen werden gehouden door een vereniging, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd op grond van de gebruikelijkloonregeling. De Inspecteur stelde dat A, die feitelijk de zeggenschap over de aandelen had via de vereniging, een aanmerkelijk belang had in belanghebbende. De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen. Het Hof bevestigde dit oordeel en stelde vast dat de vereniging slechts formeel aandeelhouder was en de aandelen voor rekening en risico van A en zijn echtgenote hield.
In cassatie stond centraal of A een aanmerkelijk belang had in belanghebbende. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat het oordeel over het aanmerkelijk belang juist was. De feitelijke waarderingen van het Hof waren niet onbegrijpelijk en konden niet worden getoetst in cassatie. Andere middelen werden verworpen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees geen proceskosten toe. Hiermee werd het oordeel van het Hof bekrachtigd dat A en zijn echtgenote een aanmerkelijk belang hadden in belanghebbende, ondanks dat de aandelen formeel op naam van de vereniging stonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel dat A en zijn echtgenote een aanmerkelijk belang hadden wordt bevestigd.