ECLI:NL:HR:2012:BV9958
Hoge Raad
- Cassatie
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek tot beëindiging of verlaging van alimentatie bij wijziging omstandigheden
In deze zaak verzocht de man, woonachtig te een woonplaats, om cassatie tegen de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 januari 2011, waarin zijn verzoek tot beëindiging of verlaging van alimentatie werd afgewezen. De procedure betreft een echtscheidingszaak waarbij de man op grond van art. II WLA en art. 1:401 BW Pro een wijziging van omstandigheden aanvoerde die recht zou geven op aanpassing van de alimentatie.
De vrouw, eveneens woonachtig te een woonplaats, heeft geen verweerschrift ingediend in cassatie. De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was gericht op verwerping van het beroep. De advocaat van de man reageerde op deze conclusie, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere beschikkingen van de rechtbank Rotterdam en het gerechtshof te 's-Gravenhage en stelde dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd derhalve verworpen en de beschikking van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.