ECLI:NL:HR:2012:BV9197

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01031
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 427 SvArt. 2 Leerplichtwet 1969
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep wegens art. 427 lid 2 Sv

De verdachte was door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Leerplichtwet 1969 tot een geldboete van €250,-, subsidiair vijf dagen hechtenis. Tegen dit arrest stelde de verdachte beroep in cassatie in, vertegenwoordigd door mr. P. Lesquillier. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moest worden in het cassatieberoep op grond van artikel 427, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De raadsheren van de Hoge Raad hebben de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de verdachte inderdaad niet in cassatie kan worden ontvangen. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk wordt behandeld. De Hoge Raad heeft vervolgens de niet-ontvankelijkverklaring uitgesproken.

Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, en uitgesproken op 17 april 2012. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie.

Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens toepassing van art. 427 lid 2 Sv.

Uitspraak

17 april 2012
Strafkamer
nr. S 11/01031
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 21 juni 2010, nummer 23/001136-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P. Lesquillier, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
1.2. De raadsvrouwe heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het Hof heeft de verdachte ter zake van een overtreding (art. 2, eerste lid, Leerplichtwet 1969) veroordeeld tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen hechtenis. De verdachte kan, gelet op art. 427, tweede lid, Sv niet in haar beroep in cassatie worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 17 april 2012.