ECLI:NL:HR:2012:BV8288
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Toestemming binnentreden woning zonder voorafgaand advocaatraadpleging toegestaan bij aangehouden verdachte
In deze strafzaak stond centraal of de politie de toestemming tot binnentreden van de woning van een verdachte pas mocht vragen nadat deze verdachte in de gelegenheid was gesteld een advocaat te raadplegen. De verdachte was aangehouden naar aanleiding van een aangifte mishandeling en tijdens het politieverhoor geconfronteerd met een melding over een hennepkwekerij in zijn woning. Hij gaf daarop toestemming tot binnentreden, waarna een hennepkwekerij en cocaïne werden aangetroffen.
De verdediging stelde dat de verklaringen en het bewijs moesten worden uitgesloten omdat verdachte niet was gewezen op zijn recht op advocaat en de toestemming onrechtmatig was verkregen. Het hof verwierp deze verweren, oordeelde dat er geen onrechtmatig optreden was en dat de verklaringen als bewijs konden dienen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat uit eerdere jurisprudentie niet volgt dat toestemming pas na advocaatraadpleging mag worden gevraagd. Het beroep in cassatie werd verworpen, waarmee het hofarrest in stand bleef en het bewijs geoorloofd werd verklaard.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van artikel 1, vierde lid, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi) in combinatie met het recht op advocaat bij aangehouden verdachten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat toestemming tot binnentreden zonder voorafgaande advocaatraadpleging rechtsgeldig was.