ECLI:NL:HR:2012:BV8242
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het cassatieberoep in strafzaak door Hoge Raad
Op 10 april 2012 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep behandeld dat door verdachte was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 12 mei 2010. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, maar de Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelt dat de ingebrachte middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering vereist is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Daarom wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het Gerechtshof ongewijzigd. Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, en uitgesproken op 10 april 2012.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.