ECLI:NL:HR:2012:BV2368

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05393
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel over niet-besteksconforme inschrijving bij Europese aanbesteding

In deze zaak stond centraal of de inschrijving van eiseres bij een Europese aanbesteding besteksconform was. Eiseres had tegen het oordeel van het gerechtshof Arnhem dat haar inschrijving niet voldeed aan de aanbestedingsvoorwaarden beroep in cassatie ingesteld.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het gerechtshof en stelt vast dat de klachten van eiseres niet tot cassatie kunnen leiden. De klachten behoeven geen nadere motivering omdat zij niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad volgt. Daarnaast veroordeelt de Hoge Raad eiseres in de kosten van het cassatiegeding.

Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het gerechtshof dat de inschrijving van eiseres niet besteksconform was, waarmee het beroep van eiseres wordt verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het oordeel dat de inschrijving niet besteksconform was blijft in stand.

Uitspraak

23 maart 2012
Eerste Kamer
10/05393
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gemeente Borsele,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
ESSENT ENERGIE PRODUCTIE B.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. J.W.H. van Wijk en mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Essent.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 179767/HA ZA 09-77 van de rechtbank Arnhem van 10 juni 2009;
b. het arrest in de zaak 200.041.798 van het gerechtshof te Arnhem van 14 september 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Essent heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Essent begroot op € 771,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 23 maart 2012.