ECLI:NL:HR:2012:BV1921
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak hof over navorderingsaanslagen en boeten vermogensbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1992 tot en met 2000 in de vermogensbelasting, inclusief verhogingen en boeten. De Inspecteur handhaafde deze na bezwaar, maar het hof vernietigde deze uitspraken en mat de aanslagen, boeten en verhogingen naar beneden.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Staatssecretaris van Financiën trok zijn cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het arrest van 15 april 2011 niet juist had toegepast bij de beoordeling van de boeten en verhogingen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het betrekking had op de verhogingen over 1992-1998 en de boeten over 1999-2000, en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest van 15 april 2011.
De Hoge Raad veroordeelde de Staat tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende, maar wees het verzoek af om de Staatssecretaris te veroordelen in de kosten van diens ingetrokken cassatieberoep.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 27 januari 2012.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor een deel en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.