ECLI:NL:HR:2012:BU9901

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01014
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing beroep cassatie in zaak beroepsaansprakelijkheid notaris

In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een notaris centraal. Eiseres had beroep in cassatie ingesteld tegen het tussenarrest en het eindarrest van het gerechtshof Amsterdam, waarin haar vorderingen waren afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en behandelt het cassatieberoep op basis van art. 81 RO Pro.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep wordt gevolgd.

De Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraken en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gewezen door een meervoudige kamer en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

24 februari 2012
Eerste Kamer
11/01014
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel,
t e g e n
STICHTING TRUSTEE ILIAS,
gevestigd te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Ilias.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 71009/HA ZA 04-114 van de rechtbank Alkmaar van 23 juni 2004 en 22 juni 2005;
b. de arresten in de zaak 106.003.839/02 (rolnummer oud 05/1970) van het gerechtshof te Amsterdam van 20 september 2007, 13 april 2010, 13 juli 2010 (tussenarresten) en 18 januari 2011 (eindarrest).
Het tussenarrest van 13 april 2010 en het eindarrest van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het tussenarrest van 13 april 2010 en het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Ilias heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor [eiser] mede door mr. J. Mencke, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ilias begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.