ECLI:NL:HR:2012:BU9851

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04074
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering contractuele boete bij schending voorkeursrecht koop winkelpand

In deze zaak vordert de huurder betaling van een contractuele boete omdat de verhuurder het voorkeursrecht van koop heeft geschonden door het winkelpand aan een derde te verkopen. De rechtbank en het gerechtshof hebben de vordering van de huurder afgewezen. De huurder stelt in cassatie dat de boetebepaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de klachten van de huurder niet leiden tot cassatie. Er is geen aanleiding om de eerdere beslissingen te vernietigen, mede omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest wordt gewezen door de raadsheren Bakels, Asser en Drion en in het openbaar uitgesproken door vice-president Van Schendel. De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de huurder in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en de vordering tot betaling van de contractuele boete wordt afgewezen.

Uitspraak

10 februari 2012
Eerste Kamer
10/04074
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.J. Arenthorst, thans mr. F.M.L. Dekkers,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. W.G.H. Janssen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 299445/HA ZA 07-3654 van de rechtbank 's-Gravenhage van 18 februari 2009;
b. het arrest in de zaak 200.029.668/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 juni 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president W.A.M. van Schendel op 10 februari 2012.