ECLI:NL:HR:2012:BU8932
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- G. de Groot
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de 30%-regeling op voordelen uit optierechten bij ingekomen werknemer
Belanghebbende, een Amerikaanse staatsburger, was van 1 november 2002 tot en met 31 december 2005 als statutair bestuurder werkzaam bij een Nederlandse werkgever. Tijdens deze periode werden hem voorwaardelijke aandelenopties toegekend die pas na 31 december 2005 onvoorwaardelijk werden. In 2006 genoot belanghebbende een voordeel uit deze opties van € 2.291.745. De werkgever en belanghebbende hadden vastgelegd dat de 30%-regeling op dit optievoordeel van toepassing was.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op over het optievoordeel, welke na bezwaar en beroep door de Rechtbank en het Hof werd vernietigd en verminderd. De Staatssecretaris van Financiën stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het optievoordeel loon uit tegenwoordige dienstbetrekking vormt dat toe te rekenen is aan de in Nederland verrichte arbeid gedurende de jaren 2002 tot en met 2005. De 30%-regeling is volgens artikel 9, lid 1, Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 ook van toepassing op variabele loonbestanddelen zoals optierechten, ongeacht dat deze pas na emigratie onvoorwaardelijk werden. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en de Staatssecretaris werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de 30%-regeling is van toepassing op het optievoordeel.