ECLI:NL:HR:2011:BU6500
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting en verwijst zaak terug
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over de jaren 1991 tot en met 2000 in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen. De Inspecteur handhaafde deze na bezwaar, maar het hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de aanslagen en boeten en paste deze aan.
Belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Staatssecretaris trok zijn beroep in, waarna belanghebbende de Hoge Raad verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte de boeten had beoordeeld zonder rekening te houden met eerdere arresten van de Hoge Raad, met name het arrest van 15 april 2011. Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor de verhogingen en boeten, en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
Daarnaast werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en werd het betaalde griffierecht vergoed. De Hoge Raad gaf instructies voor de verdere procedure na verwijzing, waarbij eerdere jurisprudentie in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor de boeten en verhogingen, en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage.