ECLI:NL:HR:2011:BU5668

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03624 en 10/05582
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest Hoge Raad over vernietiging uitspraken Hof inzake belastingverhogingen en boeten

In dit arrest heeft de Hoge Raad een ambtshalve geconstateerde fout in het dictum van een eerder arrest van 12 augustus 2011 hersteld. De fout betrof de onjuiste formulering van de vernietiging van uitspraken van het Gerechtshof te Amsterdam. Waar in het oorspronkelijke dictum werd gesteld dat de uitspraken van het Hof werden vernietigd behoudens de beslissing omtrent de proceskosten, verduidelijkt de Hoge Raad nu dat de vernietiging uitsluitend betrekking heeft op de belastingverhogingen voor de jaren 1991 tot en met 1998 en de opgelegde boeten voor de jaren 1999 en 2000.

De Hoge Raad heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over het herstel uit te laten en heeft vervolgens de verbetering doorgevoerd omdat de fout redelijkerwijs kenbaar was voor partijen. Hiermee wordt de rechtspraak gecorrigeerd zonder inhoudelijke wijziging van de beslissing over de proceskosten.

Het arrest betreft beroepen in cassatie van belanghebbende tegen uitspraken van het Hof Amsterdam en is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren. Dit herstelarrest is van belang voor de precisering van de reikwijdte van de vernietiging in belastingrechtelijke procedures.

Uitkomst: De Hoge Raad herstelt het dictum van het arrest door de vernietiging van de uitspraken van het Hof te beperken tot belastingverhogingen en boeten voor specifieke jaren.

Uitspraak

Nrs. 10/03624 en 10/05582
25 november 2011
Arrest
gewezen ter verbetering van het arrest van de Hoge Raad, gewezen op de beroepen in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraken van het Gerechtshof te Amsterdam van 1 juli 2010, nr. P10/00292, en van 25 november 2010, nr. 10/00827.
1. Het arrest in het geding
1.1. De Hoge Raad heeft in deze zaken op 12 augustus 2011, met nummers 10/03624 en 10/05582, een arrest uitgesproken. De Hoge Raad heeft nadien ambtshalve bevonden dat het dictum van dat arrest een fout bevat die zich voor eenvoudig herstel leent.
1.2. Uit de rechtsoverwegingen in het arrest volgt dat de uitspraken van het Hof alleen vernietigd dienen te worden voor zover die uitspraken de verhogingen en de boeten betreffen. Dit is abusievelijk niet juist in het dictum van het arrest tot uitdrukking gebracht.
1.3. Herstel van deze fout brengt mee dat in het dictum de passage "vernietigt de uitspraken van het Hof behoudens de beslissing omtrent de proceskosten," wordt vervangen door:
"vernietigt de uitspraken van het Hof uitsluitend wat betreft de verhogingen voor de jaren 1991 tot en met 1998 en de opgelegde boeten voor de jaren 1999 en 2000,".
1.4. Bij brief aan partijen van 29 september 2011 heeft de Hoge Raad melding gemaakt van de fout en partijen in de gelegenheid gesteld zich over het herstel daarvan uit te laten. Belanghebbende heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.
1.5. Aangezien de fout gelet op het hiervoor in 1.2 overwogene redelijkerwijs kenbaar voor partijen was, zal de Hoge Raad de onder 1.3 vermelde verbetering doorvoeren.
2. Beslissing
De Hoge Raad verbetert bovenvermelde fout in het op 12 augustus 2011 in deze zaken uitgesproken arrest en stelt de verbetering op de minuut van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op
25 november 2011.