ECLI:NL:HR:2011:BU3782
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Lunchritten tussen woning en werk vallen onder woon-werkverkeer voor loonbelasting
Belanghebbende, directeur en aandeelhouder van twee aan elkaar gelieerde vennootschappen, kreeg naheffingsaanslagen opgelegd over de jaren 2006 en 2007 inzake het privégebruik van een ter beschikking gestelde auto. De Inspecteur hield vast aan deze aanslagen, maar de Rechtbank Arnhem vernietigde deze na bezwaar van belanghebbende. Het Hof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De kern van het geschil was of de in de middagpauze gereden ritten tussen het werkadres en de woning van belanghebbende, bedoeld voor het nuttigen van de lunch en het verrichten van zakelijke werkzaamheden, als woon-werkverkeer konden worden aangemerkt volgens artikel 13bis, lid 7, Wet LB 1964. De Hoge Raad oordeelde dat de tekst en geschiedenis van de wet dit bevestigen en dat ook ritten tijdens de werkdag onder woon-werkverkeer vallen.
De Hoge Raad verklaarde het beroep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond en veroordeelde de Staat tot betaling van de proceskosten. Hiermee werd bevestigd dat de lunchritten niet tot privégebruik van de auto behoren voor de loonbelastingheffing.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen vernietigd.