ECLI:NL:HR:2011:BU3449
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De verdachte was ten tijde van de aanzegging gedetineerd en werd vertegenwoordigd door mr. J.Y. Taekema. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verlaging van de straf en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden, aangezien meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht jaren naar zeven jaren en zeven maanden.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigde derhalve uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging betreffende de duur van de gevangenisstraf en handhaafde het overige arrest.
De uitspraak werd gewezen door raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), J.P. Balkema en J. de Hullu, en uitgesproken op 20 december 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van acht jaar naar zeven jaar en zeven maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.