ECLI:NL:HR:2011:BU3101

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03308
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging arrest hof inzake uitleg akte van verdeling in erfrechtelijke zaak

In deze zaak stond de uitleg van een akte van verdeling centraal binnen het erfrecht. De dochter, eiseres in cassatie, was het niet eens met het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage en stelde beroep in cassatie in. De zoons en de gezamenlijke erfgenamen waren verweerders in cassatie. De zaak betrof een geschil over de verdeling van de nalatenschap van een betrokkene.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage en het arrest van het hof, dat aan het arrest is gehecht. De advocaat-generaal adviseerde het beroep te verwerpen, waarop de advocaat van de dochter reageerde. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het arrest van het hof en veroordeelt de dochter in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee komt een einde aan het juridische geschil over de uitleg van de akte van verdeling binnen deze erfrechtelijke context.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de dochter wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
10/03308
EE/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. C.S.G. Janssens,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
3. de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 1],
laatstelijk wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiseres tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als de dochter. Verweerders in cassatie sub 1 en 2 zullen hierna ook worden aangeduid als de zoons en verweerders in cassatie sub 3 als de erfgenamen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 254525/HA ZA 05-3695 van de rechtbank 's-Gravenhage van 1 maart 2006 en 2 mei 2007;
b. het arrest in de zaak 105.007.278 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 april 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de dochter beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De zoons hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. Tegen de erfgenamen is verstek verleend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de dochter heeft bij brief van 10 november 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de dochter in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de zoons begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, en aan de zijde van de gezamenlijke erfgenamen begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels, C.A. Streefkerk, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.