ECLI:NL:HR:2011:BU1911

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03295
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 3:196 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vernietiging verdeling huwelijksgoederengemeenschap

In deze zaak vordert de man de vernietiging van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap op grond van artikel 3:196 BW Pro. De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het vonnis bevestigde. Tegen dit arrest stelde de man beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De vrouw verwerpt het cassatieberoep, en de Advocaat-Generaal adviseert tot verwerping. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee blijft de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap ongewijzigd bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap blijft ongewijzigd.

Uitspraak

23 december 2011
Eerste Kamer
10/03295
TT/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Dongelmans,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. V.K.S. Budhu Lall.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 277691/HA ZA 07-314 van de rechtbank Rotterdam van 24 september 2008;
b. het arrest in de zaak 200.025.523 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 april 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 december 2011.