ECLI:NL:HR:2011:BU1265

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02818
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:254 BWArt. 1:256 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling vader tegen Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht

De zaak betreft het cassatieberoep van een vader tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn kind, ingesteld door Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht. De eerdere beslissingen van de rechtbank Utrecht en het gerechtshof Arnhem zijn in het geding.

De vader verzocht de Hoge Raad om het cassatieberoep toe te laten, maar de stichting heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde de Hoge Raad om het beroep toe te laten maar inhoudelijk te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering achterwege kan blijven omdat de klachten geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het beroep verworpen. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser, Drion en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 23 december 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt verworpen.

Uitspraak

23 december 2011
Eerste Kamer
11/02818
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E.R. Weegenaar,
t e g e n
STICHTING BUREAU JEUGDZORG UTRECHT,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 289520 / JE RK 10-1616 van de rechtbank Utrecht van 4 oktober 2010;
b. de beschikking in de zaak 200.080.021 van het gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, van 22 maart 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft Heep beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De stichting heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt ertoe dat de verzoeker in zijn cassatieberoep kan worden ontvangen; en overigens tot verwerping met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 december 2011.