ECLI:NL:HR:2011:BT8834

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01458
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping beroep cassatie in invordering bestuurlijke dwangsommen

In deze zaak stond de invordering door de Staat van verbeurde bestuurlijke dwangsommen centraal. Europe Metals, gevestigd te Heeze, stelde zich in verzet tegen het dwangbevel en bracht beroep in cassatie aan tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage.

De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen van de rechtbank 's-Gravenhage en het arrest van het gerechtshof, welke aan het arrest gehecht zijn. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. Na behandeling van het geding in cassatie, waarbij partijen werden vertegenwoordigd door hun advocaten, wees de Hoge Raad het beroep af.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Europe Metals werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, begroot op € 2.585,34.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 21 oktober 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Europe Metals wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

21 oktober 2011
Eerste Kamer
10/01458
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
EUROPE METALS B.V.,
gevestigd te Heeze, gemeente Heeze-Leende,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.E.H. van der Voort Maarschalk,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Milieu),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Europe Metals en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 285462/HA ZA 07-1165 van de rechtbank 's-Gravenhage van 4 juli 2007 en 9 april 2008;
b. het arrest in de zaak 200.006.599/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 december 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Europe Metals beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Europe Metals mede door mr. P.A. Fruytier, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Europe Metals in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Staat begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 oktober 2011.