ECLI:NL:HR:2011:BT7588
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep tegen beschikking invorderingsrente inkomstenbelasting 2006
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Deze aanslag werd op 3 juli 2007 verminderd, waarbij invorderingsrente werd vergoed. Na bezwaar werd de beschikking invorderingsrente gehandhaafd door de ontvanger. De rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond, wat het hof bevestigde in hoger beroep.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde diverse klachten aan. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het beroep, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Hiermee werd de uitspraak van het hof bevestigd en het geschil definitief beslecht.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de beschikking invorderingsrente.