ECLI:NL:HR:2011:BT7588

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04213
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
artikel 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep tegen beschikking invorderingsrente inkomstenbelasting 2006

Belanghebbende kreeg voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Deze aanslag werd op 3 juli 2007 verminderd, waarbij invorderingsrente werd vergoed. Na bezwaar werd de beschikking invorderingsrente gehandhaafd door de ontvanger. De rechtbank te 's-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond, wat het hof bevestigde in hoger beroep.

Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad en voerde diverse klachten aan. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het beroep, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie af en achtte geen gronden aanwezig voor een veroordeling in proceskosten. Hiermee werd de uitspraak van het hof bevestigd en het geschil definitief beslecht.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de beschikking invorderingsrente.

Uitspraak

nr. 11/04213
14 oktober 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 oktober 2009, nr. BK-08/00317, betreffende een beschikking invorderingsrente.
1. Het geding in feitelijke instanties
Aan belanghebbende is voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd. Deze voorlopige aanslag is op 3 juli 2007 verminderd, waarbij bij beschikking invorderingsrente is vergoed. Deze beschikking is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Ontvanger gehandhaafd.
De Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 07/6802 IW) heeft het tegen deze uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Minister van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 30 december 2010 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie.
Zowel belanghebbende als de Staatssecretaris van Financiën heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie het heden door de Hoge Raad, eveneens met betrekking tot belanghebbende, gewezen arrest in de zaak nr. 09/05016).
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren J.W.M. Tijnagel, A.H.T. Heisterkamp, M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2011.