ECLI:NL:HR:2011:BT7502

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04188
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bepaalt nieuwe einddatum en ontruimingsdatum huurovereenkomst bedrijfsruimte

In deze zaak stond de vraag centraal wanneer de huurovereenkomst van bedrijfsruimte eindigt en op welke datum het gehuurde moet worden ontruimd. De Hoge Raad werd geconfronteerd met een geschil tussen eiser en verweerster over de juiste einddatum van de huurovereenkomst.

De procedure begon bij de kantonrechter Utrecht met meerdere vonnissen en werd voortgezet bij het gerechtshof Amsterdam, dat op 11 mei 2010 arrest wees. Tegen dit arrest werd cassatie ingesteld. De verweerster stelde primair niet-ontvankelijkheid en subsidiair verwerping van het cassatieberoep voor.

De Hoge Raad oordeelde dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat toepassing van artikel 81 RO Pro een nadere motivering overbodig maakte. Omdat de door het hof bepaalde einddatum van de huurovereenkomst was verstreken, stelde de Hoge Raad een nieuwe einddatum vast: 1 januari 2012. Tevens werd bepaald dat eiser c.s. uiterlijk op die datum het gehuurde moet ontruimen.

De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde eiser c.s. in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd rechtszekerheid verschaft over de einddatum van de huurovereenkomst en de ontruimingstermijn.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 1 januari 2012 met ontruiming op die datum.

Uitspraak

9 december 2011
Eerste Kamer
10/04188
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.G.J.L. van Scherpenzeel,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 548814 AC EXPL 07-6428 van de kantonrechter te Utrecht van 23 januari 2008 (tussenvonnis), 19 november 2008 (tussenvonnis) en 11 juni 2008 (eindvonnis);
b. het arrest in de zaak 200.026.997/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 11 mei 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid en subsidiair tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro en verdere afdoening als onder 7 is aangegeven.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
Nu de datum waarop het hof het einde van de huurovereenkomst heeft bepaald is verstreken, zal de Hoge Raad een nieuwe datum bepalen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
bepaalt dat de huurovereenkomst eindigt op 1 januari 2012 en dat [eiser] c.s. uiterlijk op die datum het gehuurde dienen te ontruimen;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 9 december 2011.