ECLI:NL:HR:2011:BT6820
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen korting 30%-regeling voor verblijf in Singapore ondanks fiscale woonplaats Nederland
Belanghebbende, een Franse werknemer die voor zijn werkgever in Nederland werkte, werd gedurende twee periodes uitgezonden naar Singapore. Tijdens de eerste uitzending bleef hij fiscaal inwoner van Nederland, hoewel hij feitelijk in Singapore verbleef. De Inspecteur kende de 30%-regeling toe voor een periode die deze uitzending deels omvatte, maar zonder korting voor de tijd dat belanghebbende in Singapore verbleef.
De Rechtbank verklaarde het bezwaar van belanghebbende gegrond en verlengde de toepassing van de regeling tot 30 april 2010, inclusief de periode van feitelijk verblijf in Singapore. De Minister van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de term 'verblijven' in artikel 9e van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 moet worden uitgelegd in de gewone betekenis, namelijk de plaats waar iemand fysiek aanwezig is. Het feit dat belanghebbende fiscaal inwoner van Nederland bleef, leidt niet tot een andere uitleg. De zogenoemde 'gewenningsgedachte' achter de regeling rechtvaardigt geen uitbreiding van de korting tot perioden van feitelijk verblijf buiten Nederland.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris van Financiën in de proceskosten. Hiermee blijft de uitspraak van de Rechtbank gehandhaafd dat geen korting wordt verleend voor perioden waarin belanghebbende feitelijk in Singapore verbleef, ondanks zijn fiscale woonplaats in Nederland.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard; geen korting 30%-regeling voor feitelijk verblijf in Singapore.