ECLI:NL:HR:2011:BT6257
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad beoordeelt meerdere middelen, waarvan de eerste drie niet tot cassatie leiden. Het vierde middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro, doordat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.
De Hoge Raad acht dit middel gegrond en constateert dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf met drie jaren. Er is geen grond voor ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak.
De Hoge Raad vernietigt daarom uitsluitend het onderdeel van de strafoplegging, vermindert de gevangenisstraf tot twee jaren en tien maanden, en verwerpt het beroep voor het overige. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 29 november 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot twee jaren en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.