ECLI:NL:HR:2011:BS1688

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/02750
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:253n BWArt. 1:377a BW
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot eenhoofdig gezag en ontzegging recht op omgang

In deze zaak heeft de vader cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof te Leeuwarden van 15 maart 2011, waarin het hof het verzoek tot toekenning van eenhoofdig gezag aan de moeder heeft toegewezen en het recht van omgang van de vader met het kind heeft ontzegd.

De moeder heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten onderzocht en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad heeft daarop het cassatieberoep van de vader verworpen, waarmee het besluit van het hof in stand blijft. Hiermee is het eenhoofdig gezag aan de moeder bevestigd en het omgangsrecht van de vader ontzegd.

De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel en Snijders, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 11 november 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen, het eenhoofdig gezag aan de moeder en de ontzegging van het omgangsrecht van de vader blijven gehandhaafd.

Uitspraak

11 november 2011
Eerste Kamer
Nr. 11/02750
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J.W. Bogaardt,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 91210/FA RK 08-1403 van de rechtbank Leeuwarden van 19 november 2008 en
2 december 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.058.518 van het gerechtshof te Leeuwarden van 15 maart 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 11 november 2011.