ECLI:NL:HR:2011:BR5468

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00375
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in Antillenzaak inzake volmacht inning studieleningen

In deze zaak stond de vraag centraal of de last en volmacht die was verstrekt tot inning van een vordering tot terugbetaling van een studielening rechtsgeldig was. De zaak betrof een geschil tussen eiser, woonachtig op Curaçao, en de Stichting Studiefinanciering Curaçao (SSC). De feiten en eerdere vonnissen van de lagere instanties, waaronder het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, zijn aan het arrest gehecht.

Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het vonnis van het hof, maar de Hoge Raad concludeerde dat de klachten onvoldoende waren om tot cassatie te leiden. De klachten betroffen geen rechtsvragen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat verdere motivering achterwege kon blijven.

De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 16 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

16 september 2011
Eerste Kamer
10/00375
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende op Curaçao,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
STICHTING STUDIEFINANCIERING CURAÇAO,
gevestigd op Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en SSC.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak AR 115/2007 van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao van 18 juni 2007 en 2 juni 2008,
b. het vonnis in de zaak AR 115/07 - H 476/08 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba van 27 oktober 2009.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
SSC heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor SSC mede door mr. M.S. Goeman, advocaat te Rotterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SSC begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 septmber 2011.