ECLI:NL:HR:2011:BR4865
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke aansprakelijkheid bestuurder bij niet-tijdige melding betalingsonmacht
Belanghebbende was bestuurder van een BV die in de periode juli 2006 tot en met april 2007 loonbelasting en omzetbelasting niet volledig betaalde, ondanks dat de BV over voldoende liquide middelen beschikte. De Ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk op grond van artikel 36 van Pro de Invorderingswet 1990 wegens niet betaalde belastingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de beschikking van de Ontvanger. Het hof vernietigde vervolgens de uitspraak van de rechtbank en verminderde het bedrag van de aansprakelijkstelling. Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat de verplichting tot melding van betalingsonmacht altijd geldt bij niet tijdige betaling, ongeacht de reden. De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat een bestuurder niet zonder meer aansprakelijk is als er voldoende liquide middelen zijn en er geen tijdige melding van betalingsonmacht is gedaan.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en gelastte vergoeding van griffierecht aan belanghebbende. Hiermee is de aansprakelijkheid van de bestuurder beperkt tot situaties waarin niet tijdig melding van betalingsonmacht is gedaan en dit aan de bestuurder te wijten is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, waarmee de aansprakelijkheid van de bestuurder wordt beperkt.