ECLI:NL:HR:2011:BR0460
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping van het cassatieberoep door de Hoge Raad in strafzaak
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De advocaat van verdachte heeft middelen van cassatie voorgesteld, die aan het arrest zijn gehecht en deel uitmaken van het dossier.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft daarop het beroep verworpen en het arrest uitgesproken op 20 september 2011 door de vice-president Koster als voorzitter en de raadsheren Van Schendel en Groos, in aanwezigheid van de waarnemend griffier Rusche.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is verworpen door de Hoge Raad.