ECLI:NL:HR:2011:BR0308
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende bewijs verzekering motorrijtuig
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de aanvrager werd veroordeeld wegens het niet sluiten en in stand houden van een verzekering voor een motorrijtuig volgens de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM).
De aanvrager overlegt een betalingsbewijs en een groene kaart als bewijs dat op de dag van de overtreding een autoverzekering bestond. De Hoge Raad beoordeelt echter dat deze stukken niet voldoen aan de vereisten van artikel 34, tweede lid, WAM, die voorschrijven dat een verklaring van een verzekeraar moet worden overgelegd.
Omdat de overgelegde stukken niet het ernstige vermoeden wekken dat het hof bij kennis daarvan tot vrijspraak zou zijn gekomen, wordt het herzieningsverzoek afgewezen. De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere veroordeling en ontzegt de aanvrager de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor negen maanden.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling wegens het niet voldoen aan de verzekeringsplicht.