ECLI:NL:HR:2011:BQ8745
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake AOW-besluit
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 mei 2010 behandeld. De Centrale Raad had uitspraak gedaan over het hoger beroep van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van de Rechtbank Amsterdam inzake een besluit van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Het geschil betrof de beoordeling van een besluit van de Sociale Verzekeringsbank met betrekking tot de AOW-uitkering van belanghebbende. Na behandeling in eerste aanleg door de rechtbank en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, werd het cassatieberoep ingediend bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), hetgeen inhoudt dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard of niet in behandeling is genomen. Hierdoor blijft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgewezen op grond van artikel 81 RO, waardoor de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand blijft.