ECLI:NL:HR:2011:BQ8742

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02080
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 87f WAO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WAO-uitspraak

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Het cassatieberoep betrof niet de schending of verkeerde toepassing van de in artikel 87f lid 1 WAO genoemde bepalingen.

De Hoge Raad overwoog dat het beroep in cassatie slechts ontvankelijk is indien het is ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van de specifieke artikelen genoemd in artikel 87f lid 1 WAO. Aangezien dit niet het geval was, kon het middel niet tot cassatie leiden.

De Hoge Raad wees het beroep in cassatie daarom ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Schaap, Feteris en Koopman op 24 juni 2011.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is ongegrond verklaard wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

nr. 10/02080
24 juni 2011
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 18 september 2009, nr. 08/6372 WAO, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage (nr. AWB 08/3019 WAO + AWB 08/6187) betreffende een besluit van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: de WAO).
1. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
2. Beoordeling van het middel
Ingevolge artikel 87f, lid 1, van de WAO kan beroep in cassatie worden ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad ter zake van schending of verkeerde toepassing van de artikelen 1, derde tot en met zevende lid, 2 tot en met 11, en 13, eerste lid, en de daarop berustende bepalingen.
Het onderhavige cassatieberoep is echter niet ingesteld ter zake van schending of verkeerde toepassing van voormelde bepalingen. Het middel kan niet tot cassatie leiden.
3. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2011.