ECLI:NL:HR:2011:BQ7637
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking wegens verstrijken bevoegdheid opleggen vergrijpboete
Belanghebbende kreeg voor de jaren 1998, 1999 en 2000 aanslagen inkomstenbelasting en premies opgelegd, inclusief vergrijpboetes en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze beschikkingen, maar de Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Het Hof vernietigde vervolgens de boetebeschikkingen voor 1998 en 1999 deels en verminderd de aanslagen en heffingsrente.
Belanghebbende stelde cassatie in tegen het Hofarrest. De Hoge Raad onderzocht ambtshalve of de bevoegdheid tot het opleggen van de boete voor 1999 door tijdsverloop was verstreken. De Hoge Raad oordeelde dat dit het geval was en dat het Hof de boetebeschikking voor 1999 had moeten vernietigen.
De Hoge Raad vernietigde daarom het Hofarrest, het vonnis van de Rechtbank en de uitspraak van de Inspecteur voor zover deze betrekking hadden op de boete 1999. De zaak werd zelf afgedaan door vernietiging van de boetebeschikking. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten aan de zijde van belanghebbende.
Uitkomst: De boetebeschikking voor het jaar 1999 wordt vernietigd wegens het verstrijken van de bevoegdheid tot oplegging.