ECLI:NL:HR:2011:BQ5147
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Uitleg van schikkingsovereenkomst inzake loonbetaling in arbeidsrechtelijke vordering
In deze zaak stond een vordering tot betaling van loon centraal, gebaseerd op artikel 7:628 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kern van het geschil betrof de uitleg van een eerder tussen partijen overeengekomen schikking.
De procedure begon bij de kantonrechter te 's-Gravenhage met vonnissen van 26 mei 2004 en 10 november 2004, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage op 16 februari 2007 een arrest wees. Tegen dit arrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep van eiser verworpen, waarbij werd overwogen dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie. De beslissing is genomen zonder nadere motivering, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat de klachten niet relevant zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.