ECLI:NL:HR:2011:BQ4778
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvrage tot herziening wegens onvoldoende nieuwe feiten in poging tot doodslag
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de aanvrager werd veroordeeld voor poging tot doodslag tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan 8 maanden voorwaardelijk.
De aanvrage baseert zich op drie nieuwe verklaringen van betrokkenen die terugkomen op eerdere belastende verklaringen. De Hoge Raad beoordeelt of deze nieuwe verklaringen een ernstig vermoeden scheppen dat, indien zij eerder bekend waren geweest, het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf zou hebben geleid.
De Hoge Raad oordeelt dat de redenen voor het terugkomen op de verklaringen onvoldoende zijn onderbouwd. Zo is niet aannemelijk gemaakt dat een betrokkene onvoldoende Nederlands sprak om zonder tolk gehoord te worden. De inhoud van de nieuwe verklaringen wekt geen ernstig vermoeden dat het bewezenverklaarde onjuist is.
Daarom is de aanvrage kennelijk ongegrond en wordt deze afgewezen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 17 mei 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvrage tot herziening af wegens onvoldoende nieuwe feiten die het bewezenverklaarde kunnen betwijfelen.