Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BQ4722

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04757 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 467 SvArt. 476 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening van veroordeling wegens onterechte verklaring als ongewenst vreemdeling

De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een vonnis van de Politierechter te Rotterdam uit 2008, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor diefstal en het illegaal verblijven als ongewenst vreemdeling. De herzieningsaanvraag richtte zich uitsluitend op de veroordeling wegens het verblijf als ongewenst vreemdeling.

De aanvraag was gebaseerd op nieuwe feiten: de Immigratie- en Naturalisatiedienst had vastgesteld dat de intrekking van de verblijfsvergunning van de aanvrager in 2000 ten onrechte had plaatsgevonden en dat de beschikking tot ongewenstverklaring uit 2007 werd ingetrokken. Dit leidde tot het vermoeden dat de Politierechter de aanvrager zou hebben vrijgesproken indien deze feiten bekend waren geweest.

De Hoge Raad verklaarde de aanvraag gegrond, schortte de tenuitvoerlegging van het vonnis op en verwees de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam voor hernieuwde berechting conform artikel 467 Sv Pro. Het hof moet nu bepalen of het gewijsde gehandhaafd blijft of dat het vonnis wordt vernietigd en de straf opnieuw wordt vastgesteld.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

13 september 2011
Strafkamer
nr. 10/04757
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 28 mei 2008, nummer 10/611095-08, ingediend door mr. M.E.M. Jacquemard, advocaat te 's-Hertogenbosch, namens:
[Aanvrager] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de aanvrager ter zake van 1. primair "diefstal" en 2. "als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard", gepleegd op 26 mei 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien weken, waarvan vijf weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
2. De aanvrage tot herziening
2.1. De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. De aanvrage heeft uitsluitend betrekking op de veroordeling ter zake van feit 2.
2.2. De aanvrage berust op de stelling dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv. De aanvrager voert daartoe aan dat de Politierechter hem zou hebben vrijgesproken indien aan de Politierechter bekend zou zijn geweest dat aanvrager niet tot ongewenst vreemdeling had kunnen worden verklaard en om die reden de beschikking tot ongewenstverklaring ingetrokken zou worden.
3. De conclusie van de Advocaat-Generaal
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvrage gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvrage vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal
verwijzen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv is voorzien.
4. Beoordeling van de aanvrage
4.1. Bij brief van 3l maart 2010 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst meegedeeld dat de intrekking van de op 7 september 1983 aan de aanvrager verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op 19 juli 2000 ten onrechte heeft plaatsgevonden, dat de aanvrager geacht wordt van 7 september 1983 tot aan heden immer in het bezit te zijn geweest van een dergelijke verblijfsvergunning en dat daarom de beschikking van (de Hoge Raad leest:) 29 november 2007, waarbij de aanvrager tot ongewenst vreemdeling is verklaard, wordt ingetrokken.
4.2. Gelet op de inhoud van voornoemde brief moet intrekking van de beschikking van 29 november 2007 in die zin worden verstaan dat die beschikking geacht moet worden nimmer te zijn gegeven.
4.3. Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechter, ware deze met de evenvermelde feiten en omstandigheden bekend geweest, de aanvrager van het hem onder 2 tenlastegelegde zou hebben vrijgesproken.
5. Slotsom
Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat de aanvrage gegrond is en als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
verklaart de aanvrage tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormeld vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Rotterdam van 28 mei 2008;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak op de voet van het bepaalde in art. 467, eerste lid, Sv opnieuw zal worden berecht en afgedaan teneinde hetzij het gewijsde te handhaven, hetzij met vernietiging daarvan recht te doen en daarbij mede voor feit 1 op de voet van art. 476, tweede lid, Sv de straf te bepalen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 13 september 2011.