ECLI:NL:HR:2011:BQ4715
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie in Eindhovense zedenzaak
Op 28 juni 2011 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het cassatieberoep behandeld van een verdachte in een Eindhovense zedenzaak. Het beroep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 29 juni 2010.
Namens de verdachte hebben advocaten mr. J. Goudswaard en mr. I. van Straalen middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal Hofstee concludeerde tot verwerping van het beroep. De raadslieden reageerden schriftelijk op deze conclusie.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat, gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering, geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door vice-president F.H. Koster als voorzitter en raadsheren W.A.M. van Schendel en W.F. Groos, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier J.D.M. Hart.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het hofarrest bevestigd.