ECLI:NL:HR:2011:BQ2107
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- E.N. Punt
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek omzetbelasting bij intracommunautaire verwerving in andere lidstaat
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage over een naheffingsaanslag en boetebeschikking aan belanghebbende X B.V. inzake omzetbelasting. De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest waarbij het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen beantwoordde over het recht op aftrek van omzetbelasting bij intracommunautaire verwervingen.
Het Hof van Justitie oordeelde dat een belastingplichtige geen recht heeft op onmiddellijke aftrek van omzetbelasting die rust op een intracommunautaire verwerving in de lidstaat waar hij is geregistreerd, indien de goederen in een andere lidstaat aankomen. Op basis hiervan vernietigt de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de naheffingsaanslag betreft en verklaart het beroep ongegrond.
De boetebeschikking wordt terugverwezen naar het Gerechtshof te Amsterdam voor hernieuwde beoordeling, waarbij het hof rekening moet houden met de totale duur van de procedure en de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad wijst verder af dat proceskosten worden toegewezen en laat de beoordeling van eventuele kostenvergoedingen aan het verwijzingshof over. Dit arrest bevestigt de toepassing van Europese regelgeving op de Nederlandse omzetbelastingpraktijk en benadrukt het belang van redelijke termijnen in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard voor de naheffingsaanslag en de boetebeschikking wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.