ECLI:NL:HR:2011:BQ0427
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank over niet-tijdig ingediend verzetschrift loonbelasting
Belanghebbende, een B.V., had bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag loonbelasting en bijbehorende boetebeschikkingen voor de jaren 1999 en 2000. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de gronden. Belanghebbende deed vervolgens verzet tegen deze beslissing, maar de rechtbank verklaarde het verzet eveneens niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de verzettermijn.
In cassatie stelde belanghebbende dat het verzetschrift wel tijdig was ingediend. De Hoge Raad onderzocht de feiten en stelde vast dat belanghebbende reeds op 9 juli 2008 verzet had gedaan, terwijl de rechtbank had aangenomen dat het verzetschrift pas op 13 augustus 2008 was ontvangen. Hierdoor was de niet-ontvankelijkverklaring onbegrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor een hernieuwde beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzet. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van belanghebbende in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzet.