ECLI:NL:HR:2011:BP9042

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04720
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt oordeel hof over causale verband bij onrechtmatige daad

In deze zaak stond de vraag centraal of er een causaal verband bestond tussen de onrechtmatige daad en de geleden schade. Eiseres had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem, dat haar vordering had afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en overweegt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het middel van eiseres werd verworpen zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt hiermee het oordeel van het hof en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

15 april 2011
Eerste kamer
09/04720
TT/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.A.M.A. Sluysmans,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaten: mrs. R.S. Meijer en A.M. van Aerde.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 76699 HA ZA 05-53 van de rechtbank Groningen van 13 april 2005;
b. de vonnissen in de zaak 109634 / HA ZA 05-721 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 1 augustus 2005, 5 juli 2006 en 15 augustus 2007;
c. het arrest in de zaak 107.002.079/01 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, van 17 maart 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 3.131,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, F.B. Bakels, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 15 april 2011.