ECLI:NL:HR:2011:BP8945
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Verrekening van voorvoegingsverliezen binnen fiscale eenheid bij aandeelhouderswisseling
De Inspecteur weigerde de verliezen van A B.V. uit de jaren 1993-1996 te verrekenen met de winst van belanghebbende over 2003, vanwege een aandeelhouderswisseling in dat jaar en toepassing van artikel 20a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De Rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en stelde het verlies vast, maar het Hof vernietigde deze uitspraak en handhaafde de weigering.
In cassatie stond centraal of de activiteitentoets van artikel 20a lid 4 sub a Wet Vpb moet worden toegepast op het niveau van de fiscale eenheid of op het niveau van de dochtermaatschappij A B.V. Het Hof had geoordeeld dat de toets op het niveau van A B.V. moest plaatsvinden, waardoor de verliezen niet verrekenbaar waren.
De Hoge Raad oordeelde dat de toets moet plaatsvinden op het niveau van de fiscale eenheid, aangezien de moedermaatschappij als belastingplichtige dient te worden beschouwd voor het tijdstip voorafgaand aan de aandeelhouderswisseling. Omdat de gezamenlijke omvang van de werkzaamheden niet onder de drempel was gedaald, konden de verliezen worden verrekend. Het arrest van het Hof werd vernietigd en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de activiteitentoets voor verliesverrekening na aandeelhouderswisseling op het niveau van de fiscale eenheid moet worden toegepast, waardoor de verliezen verrekenbaar zijn.