ECLI:NL:HR:2011:BP6927

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04526
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 onder c FArt. 350 lid 5 FArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging WSNP en verdeling baten bij faillissement volgens art. 350 F

In deze zaak stond de beëindiging van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) centraal, specifiek op grond van artikel 350 lid 3 onder Pro c van de Faillissementswet (F). De zaak betrof de verdeling van aanwezige baten na beëindiging van de WSNP in het kader van een faillissement. De rechtbank Roermond en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch hadden eerder uitspraak gedaan, waarbij het hof het geschil beslechtte. Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd.

Het arrest bevestigt de toepassing van artikel 350 lid 3 onder Pro c en lid 5 van de Faillissementswet bij de beëindiging van de WSNP en de verdeling van baten bij faillissement. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en daarmee het oordeel van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof betreffende de beëindiging van de WSNP en verdeling van baten.

Uitspraak

22 april 2011
Eerste Kamer
10/04526
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 09/77 R van de rechtbank Roermond van 26 mei 2010;
b. het arrest in de zaak HV 200.067.089/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 7 oktober 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, C.A. Streefkerk en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 22 april 2011.