ECLI:NL:HR:2011:BP6599

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00198
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldigheid buitengerechtelijke ontbinding koopovereenkomst appartementsrechten

In deze zaak stond de vraag centraal of de buitengerechtelijke ontbinding van een koopovereenkomst van appartementsrechten rechtsgeldig was en of sprake was van verzuim van de schuldenaar. De procedure begon bij de rechtbank 's-Gravenhage, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage het geschil behandelde. Tegen het arrest van het hof werd cassatie ingesteld door de eisers.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en het arrest van het hof en behandelt het cassatieberoep. De klachten van de eisers in cassatie worden niet ontvankelijk verklaard omdat zij geen rechtsvragen bevatten die beantwoording behoeven in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad volgt deze conclusie en veroordeelt de eisers in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd in stand en is de buitengerechtelijke ontbinding rechtsgeldig bevonden.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst wordt rechtsgeldig bevonden.

Uitspraak

13 mei 2011
Eerste Kamer
10/00198
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. D.G. Lasschuit.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 247592/HA ZA 05-2378 van de rechtbank 's-Gravenhage van 28 juni 2006 en 20 december 2006;
b. het arrest in de zaak 105.006.430/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 21 juli 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO Pro.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 971,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 mei 2011.