ECLI:NL:HR:2011:BP6420
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het beroep richtte zich onder meer op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, vanwege het te laat aanleveren van stukken door het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden, behalve het middel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn. Deze klacht werd gegrond verklaard omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Als gevolg hiervan werd de aan verdachte opgelegde gevangenisstraf verminderd van 42 maanden naar 40 maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen en de bestreden uitspraak werd uitsluitend wat betreft de strafduur vernietigd.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, waarbij de waarnemend griffier aanwezig was. De uitspraak benadrukt het belang van het respecteren van redelijke termijnen in het strafproces.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 42 naar 40 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.