ECLI:NL:HR:2011:BP3875
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwaardering vordering wegens koersverlies in vennootschapsbelasting
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2003 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, waarbij het verlies van dat jaar op nihil werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Hof werd de aanslag en de verliesvaststelling gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat de vordering op haar dochtervennootschap in Amerikaanse dollars luidde en waardeerde deze af wegens koersverlies.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de vordering in Amerikaanse dollars luidde, gezien de schriftelijke overeenkomst, administratieve verwerking en renteberekening in guldens. De Hoge Raad bevestigt dat het Hof terecht de bewijslast bij belanghebbende heeft gelegd en dat het oordeel van het Hof niet onjuist of onvoldoende gemotiveerd is.
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten. Het arrest bevestigt het belang van een duidelijke bewijslastverdeling en waardering van bewijs bij valutavorderingen in belastingzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de afwaardering wegens koersverlies wordt niet geaccepteerd.