ECLI:NL:HR:2011:BP2997
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingheffing over vrijgesteld inkomen Europese Octrooiorganisatie bij aftrek buitengewone uitgaven
Belanghebbende, werkzaam bij de Europese Octrooiorganisatie en woonachtig in Nederland in 2005, hield bij zijn belastingaangifte zijn vrijgestelde salaris buiten beschouwing bij het bepalen van de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven. De Inspecteur nam dit inkomen wel mee, wat leidde tot bezwaar en beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat het vrijgestelde inkomen niet in aanmerking behoorde te worden genomen.
De Minister stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. Deze oordeelde dat het hof het recht had geschonden door niet aan te sluiten bij de rechtspraak omtrent belastingvrijstellingen voor internationale functionarissen, met name het arrest van 27 september 2002. De Hoge Raad overwoog dat de vrijstellingsregeling van artikel 16 van Pro het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Octrooiorganisatie niet zo ruim moet worden uitgelegd dat het vrijgestelde inkomen buiten beschouwing blijft bij de draagkrachtbepaling voor persoonsgebonden aftrek.
De Hoge Raad kwam tot het oordeel dat de draagkracht van de belastingplichtige moet worden vastgesteld inclusief het vrijgestelde inkomen, omdat deze aftrek in mindering komt op de belasting over overige inkomsten. Hiermee werd het arrest van het hof vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Hoge Raad wees ook proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het vrijgestelde salaris van een functionaris van de Europese Octrooiorganisatie moet worden meegenomen bij de drempel voor aftrek van buitengewone uitgaven.