ECLI:NL:HR:2011:BP1168
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt bewijsclausule over mening opsporingsambtenaar in nepdopezaak
Op 28 juni 2008 werd verdachte betrapt op de openbare weg in Amsterdam op het aanbieden van nepdope, een verdovende middel gelijkende stof. De opsporingsambtenaar stelde in een proces-verbaal dat hij verdachte had gezien bij het overhandigen van pilletjes en het aannemen van geld, wat het bewijs vormde voor de bewezenverklaring.
Verdachte stelde in cassatie dat de verklaring van de opsporingsambtenaar een mening, gissing of gevolgtrekking bevatte en dus onrechtmatig was als bewijs. De Hoge Raad oordeelde echter dat de verklaring feiten bevatte die de verbalisant zelf had waargenomen op grond van zijn opleiding, ervaring en plaatselijke bekendheid.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel van het gerechtshof Amsterdam dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan het aanbieden van nepdope op de openbare weg. Hiermee blijft de bewezenverklaring gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bewezenverklaring dat verdachte nepdope aanbood.