Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2011:BP0531

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04093
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verdeling nalatenschap in erfrechtelijke zaak

In deze zaak stond de verdeling van een nalatenschap centraal, waarbij de erven cassatie instelden tegen eerdere uitspraken van de rechtbank Arnhem en het gerechtshof Arnhem. De Hoge Raad verwijst naar de vonnissen en arresten van de lagere instanties en behandelt het cassatieberoep.

De advocaat-generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Het arrest bevestigt daarmee de rechtmatigheid van de verdeling van de nalatenschap zoals vastgesteld door de lagere rechters. De erven worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, welke nihil zijn vastgesteld aan de zijde van de verweerder.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de erven wordt verworpen en de eerdere uitspraken over de verdeling van de nalatenschap worden bevestigd.

Uitspraak

25 maart 2011
Eerste Kamer
09/04093
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De erven van [betrokkene 1],
gewoond hebbende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eisers] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 90104/HA ZA 02-1225 van de rechtbank Arnhem van 20 augustus 2003 en 9 maart 2005;
b. de arresten in de gevoegde zaken 2005/538 en 2005/973 van het gerechtshof te Arnhem van 13 maart 2007 (tussenarrest) en 12 mei 2009 (eindarrest).
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eisers] toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het gehele cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 maart 2011.