ECLI:NL:HR:2011:BP0180
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie tegen arrest Gerechtshof Arnhem
Op 15 maart 2011 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 20 mei 2009. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd in cassatie behandeld onder nummer S 09/03726.
Namens verdachte diende mr. R.B.J.G. Baggen een middel van cassatie in, dat door de Advocaat-Generaal Hofstee werd bestreden met een conclusie tot verwerping. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, aangezien het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken in aanwezigheid van de waarnemend griffier E. Schnetz. Hiermee kwam de procedure in cassatie tot een einde met een definitieve verwerping van het beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Arnhem bevestigd.